Het Kerstdiner

De meeste lezers van mijn blogs weten het al, ik leef graag met het ritme van de seizoenen en het boek van Jaap Voigt ‘Leven en Werken in het ritme van de seizoenen’ is dan ook een grote inspiratiebron voor mij. Eén opdracht die hij voor deze tijd van het jaar meegeeft, springt meteen in het oog: ‘Familiestrubbelingen tot een minimum beperken’. Als er één uitdaging in deze tijd van het jaar is, is het wel gedoe met je familie uit de weg gaan. Het Kerstdiner spant volgens mij wel de kroon op de lijst met verplichte gezelligheid, saamhorigheid.

Hoe mooi de tafel ook gedekt is, tegen de onderhuidse spanningen is geen kaarslicht of kalkoen opgewassen. Het is de in stilte gesmoorde confrontatie die van dit familiefeest een verplichting maakt waar de meesten zo snel mogelijk en het liefst ook nog zonder kleerscheuren van af willen komen.

Als je er systemisch naar kijkt, dan is aan dezelfde tafel zitten met gezin van herkomst, laat staan in combinatie met een eigen gezin ook echt een grote uitdaging. De vaste plekken in een kleine ruimte maken verstoringen in de ordening, onbalans in geven en nemen of het principe van erbij horen, zó voelbaar. Als je geen ruzie aan tafel wil, dan kun je maar beter kiezen voor uitzitten. Irritaties hup zo met de hazenpeper wegslikken en voor de zekerheid nog een goede slok wijn erachter aan. Alles beter dan ruzie aan tafel.

Kan het anders? Nee, niet als je het alleen maar voor de Kerst is. Misschien hoeft dat dan ook helemaal niet en is het prima zo, als het toch maar om die ene dag gaat. Maar raakt het je echt? En wil je dat de relatie met je geliefden en familie ook buiten deze dagen anders is dan dat die nu is?  Dan kun je beginnen met één vraag aan jezelf: Erken ik dat een verandering in een relatie begint met een verandering in mezelf?

Ik heb geleerd dat de ander de spiegel is waarin ik, als ik wil, mijzelf kan zien. Als ik durf te kijken, te blijven kijken. Mijn onmacht te zien, mijn pijn, mijn niet beantwoorde liefde. Mijn gesloten mond gewaar te worden, terwijl er van binnen zoveel woorden zijn. Zoveel woede. Bang voor escalatie en afwijzing mijn lippen stijf op elkaar gedrukt. In het ondanks dit alles blijven kijken naar mezelf, kwam de vraag  naar boven ‘Mag ik ?’. Het leek alsof ik al die tijd wachtte op een uitnodiging of toestemming. Ik realiseerde me dat alleen ikzelf die toestemming kon geven. Het duurde even voordat dat besef echt was ingedaald en ik er klaar voor was om de vraag met JA te beantwoorden. Ik heb gevoeld dat als ik dat niet zou doen, ik mijzelf zou verloochenen. En daarmee dus ook mijn plek in de relatie. Omdat ik een deel van mijzelf buiten de relatie houd. Een relatie die daardoor nooit de relatie kan zijn die het in potentie kan zijn, simpelweg omdat ik mijzelf met een kwetsbaar en bang deel van mijzelf er buiten hou. Voor de druk die dat in de relatie oplevert is dan niemand anders dan ik verantwoordelijk te houden.

Dit besef heeft mij de sleutel gegeven om deuren te openen die op slot zaten en waar ik jaren langs ben gelopen. Ik weet nu. Als ik in een relatie, familie-, liefdes-, werkrelatie, of welke relatie dan ook, gezien wil worden, ik eerst mijzelf heb te zien. Als ik ergens naar verlang, dan heb ik dat eerst aan mijzelf te geven. Als ik ergens ruimte voor wil, dan geef ik daar eerst ruimte voor in mijzelf.

Ik heb mezelf inmiddels best aardig lief en mag worstelen in het falen. Ik heb geduld, iedere dag weer. Ik zie dat wat ik nog niet kan, als een pad dat ik nog mag lopen. Niet als een tekort maar als een toekomst, een belofte. Ik heb niet alleen mezelf hierdoor bevrijd maar ook de ander. Mijn last is de mijne geworden. Ik kan daardoor veel meer in vrijheid en met compassie naar de last van de ander kijken, hoef de ander niet meer te veranderen en mijzelf daarvoor verantwoordelijk te maken. Samenzijn is daardoor zoveel makkelijker en ontspannender geworden. Er is ruimte gekomen voor SAMEN – ZIJN.  Met elkaar, zonder allerlei verwachtingen, gewoon precies goed zoals we zijn.

Wil jij nog tips voor het Kerstdiner? Misschien helpt onderstaande je een eind op weg:

Als je voelt dat je er niet meer bij hoort, of bij wil horen. Wijs dan niet meteen naar de ander. Vraag jezelf, Wat in mij mag er niet bij horen? Geef ik het zelf wel een plek? Geef ik het een plek die het verdient? De juiste plek? Kan ik er zelf verantwoordelijkheid voor dragen? Of stel ik er een ander verantwoordelijk voor?

Als je de zin van het samenzijn mist. Als je je na afloop van het samenzijn helemaal leeg voelt en je afvraagt waar jullie het nou eigenlijk echt over gehad hebben. Stel jezelf dan de vraag: Wat heb ik gegeven? Wat heb ik genomen, waar heb ik aandacht voor gevraagd? Heb jij zelf zin gegeven aan dit samenzijn? En alle mitsen en maren die je nu al kunt opnoemen, hoe vaak hou je de ander daarvoor verantwoordelijk? Kun jij zelf ruimte maken voor jouw behoefte?

X
X